Tekstvak: Recensies CD Pierrot Lunaire

 

 

                                                    

 

 


 

 

 

 

 

 


 

ARNOLD SCHOENBERG. Kammersymhonie opus 9 en opus 38b

KLASSIEK

 

 

(vr)

13/11/2004

Arnold Schoenberg, Pierrot Lunaire en Kammersymphonie opus 9, Het Collectief o.l.v. Robin Engelen met Jacqueline Janssen, sprechstimme, Fuga Libera 504 Arnold Schoenberg, Verklärte Nacht, Kammersymphonie opus 9 en opus 38b, Prometheus Ensemble, Et'cetera1272

AANSLUITENDE DOSSIERS

 CD-besprekingen

TEGELIJK pakken twee Vlaamse ensembles uit met scharnierwerken van Arnold Schoenberg. Tussen tweemaal Schoenberg, zelfs in hetzelfde werk, zit een wereld van verschil. Het Prometheus Ensemble laat een Schoenberg verrijzen met wortels in de late romantiek. Bij Het Collectief wijst een hypertransparante Schoenberg vooruit naar de avant-garde van de twintigste eeuw.
Het Collectief nam het sleutelwerk ,,Pierrot Lunaire" op met de Nederlandse mezzo Jacqueline Janssen. Ondanks de scherpe randen van de partituur laat de vocaliste veel tedere lijnen ontsnappen. Tegenover de poëtische maangedichten van Albert Giraud is de spitse begeleiding van piano, fluit, klarinet, viool en cello als een stringent contrapunt. Dirigent Robin Engelen wakkert telkens de contrasten tussen de instrumentale en vocale partij aan.
De eerste Kammersymphonie uit 1906 klinkt nog radicaler. De kamersymfonie had Schoenberg geschreven in beperkte bezetting om af te steken tegen de loodzware symfonische effectieven van zijn tijd. In de bewerking voor vijf instrumenten van zijn leerling Anton Webern is de soberheid nog consequenter.

Dezelfde eerste Kammersymphonie in dezelfde bewerking doet bij het Prometheus Ensemble veel romantischer aan. Bij Het Collectief is de stempel van Webern opvallender en is de Kammersymphonie tot zijn essentie herleidt. Bij het Prometheus Ensemble is de aanpak monumentaler en is elk effect uitvergroot. De musici van het Prometheus houden het bij een weelderige klank en zetten elk vleugje lyriek in de verf.

Die hartstochtelijke vlagen sluiten nauw aan bij de hoofdmoot op de cd, ,,Verklärte Nacht". Dat populairste werk van Schoenberg krijgt in de versie voor een klassiek pianotrio een traditionele en diepromantische stempel. De telkens terugkerende motieven hebben een niet aflatend smachtend karakter. In de tweede Kammersymphonie, in een arrangement voor twee piano's (door Jan Michiels en Piet Kuijken) is een grimmigere Schoenberg aan het woord.

Twee Schoenberg-opnames met een heel consequente lijn. Aan u de keuze.

(vr)

©Copyright De Standaard

©Copyright De Standaard

 

De vluchtigheid van mooie dingen

 

 

RUDY TAMBUYSER

KLASSIEK . HET COLLECTIEFEN OXALYS BECOMMENTARIEREN ‘PIERROT LUNAIRE’

Pierrot Lunaire, het werk voor stem en ensemble waarmee Schönberg in 1912 zijn berucht geworden Sprechgesang introduceerde, geldt vandaag nog steeds als een fetisjstuk uit de beginperiode van de atonaliteit.

Sommigen, waaronder velen die bijvoorbeeld Schönbergs vroege Verklärte Nacht wél kunnen smaken, zullen zeggen: daar is het misgelopen tussen publiek en nieuwe muziek. Anderen, die meer moeite hebben gedaan om de afgelopen muzikale eeuw te verwerken, zullen denken: hoe is het mogelijk dat precies zo’n parel na bijna een eeuw nog mee symbool staat voor muzikale onbegrijpelijkheid? In het bijzonder is die vraag aan de orde na de lezing die Het Collectief, ensemble voor vooral ‘moderne’ muziek, er vrijdag in deSingel van gaf.

Het Collectief werkte daarvoor samen met Oxalys, het wat grotere en meer gevestigde kamerensemble, waarmee het behalve twee musici een gemeenschappelijke (studie)achtergrond deelt. Met Pierrot Lunaire werden ensemblestukken gecombineerd die er als het ware lineair afhankelijk van zijn: Stravinsky’s Trois poésies de la lyrique japonaise, geschreven in grote bewondering voor Schönbergs ensembleschriftuur, Ravels Trois poèmes de Mallarmé, een reactie op het stuk van Stravinsky, en Delages Quatre poèmes hindous, waarvan de hoekdelen veelzeggend genoeg aan Ravel en Stravinsky zijn opgedragen. Pianist Thomas Dieltjens speelde als aanvulling de Sechs kleine Klavierstücke van Schönberg, tijdgenootjes van Pierrot, en Korngolds Tanzlied des Pierrot, een soft cabaretesk aardigheidje waarvan je als luisteraar van dit programma maar best de titel kon kennen.

Het is moeilijk om van een hoogtepunt te spreken in een bijna onverdeeld sterk concert, dat bovendien uit erg verschillende werken bestond, hoe historisch verwant ook. Toch blijven er twee ons zeker het langst bij. Enerzijds Pierrot zelf, waarvan Jacqueline Janssen en Het Collectief onder chef Robin Engelen een onwaarschijnlijk sterke versie neerzetten: elke noot en elke lijn gedacht in functie van het geheel en de partners, ritmisch zowel exact als ontspannen, maar vooral: gespeeld en gedacht vanuit een meer esthetische dan cerebrale imperatief. Het modernisme heeft te lang moeten wachten op mensen die het simpelweg mooi vinden en kunnen doen vinden.

Die aanpak verzacht enigszins het hardcore expressionistische aspect, het licht uitzinnige dat zowel de figuur Pierrot als zijn tekst kenmerkt, maar de vraag stelt zich of dat niet de bedoeling is met zo’n zinnelijke partituur.

Een tweede aha-erlebnis was het korte werkje van Stravinsky, dat zelfs twee keer werd gespeeld om, zoals fluitist Toon Fret zei, de vluchtigheid van mooie dingen te bestrijden. In dat stuk maakte behalve Oxalys ook sopraan Laure Delcampe een mooie beurt. Stravinsky’s zetting van drie Japanse haiku’s vormde de wonderlijke schakel tussen de expliciet op kleur en akoestische hypnose mikkende Ravel en Delage, en Schönbergs feilloze, maar ongenadige lijnenspel.

In die zin werd ook duidelijk dat er voor elk soort van klankbehandeling het juiste ensemble moet bestaan. In dit geval: Het Collectief voor de kleinste reactiesnelheid, Oxalys voor “lextase langoureuse”.

WIE Jacqueline Janssen, Laure Delcampe, Xenia Meijer, Het Collectief en Oxalys WAT werken voor ensemble van Schönberg, Ravel, Stravinsky, Delage en Korngold WAAR EN WANNEER vrijdag 18 februari in deSingel in Antwerpen. Pierrot Lunaire door Janssen en Het Collectief, o.l.v. Engelen is onlangs verschenen op cd, Fuga Libera, FUG504

Stravinsky’sTrois poésies’ werd zelfs twee keer gespeeld, om die vluchtigheid te bestrijden

 

 

 

 

 

Arnold Schoenberg, Pierrot Lunaire, Kammersymphonie

J.Janssen, Het Collectief, Robin Engelen***

Une même formation instrumentale - une flûte, une clarinette, un violon, un violoncelle et un piano - relie les deux oeuvres gravées sur ce disque: le célèbre «Pierrot Lunaire» (1912) et la «Kammersymphonie» op.9 (1906, arrangé pour petit ensemble en 1922). Deux pièces majeures et exclusives, composées à une époque Schoenberg était encore aux prises avec des mammouths postromantiques comme les «Gurrelieder» ! Les musiciens du Collectief illustrent avec virtuosité et naturel ces débuts fulgurants de l'atonalité, tandis que dans la partie vocale - mélange plus ou moins «ad libitum» de voix chantée et parlée -, Jacqueline Janssen réalise une synthèse personnelle et très réussie de la violence expressionniste et de la sensibilité façon «lieder». (MDM)

Fuga Libera-Explicit! - 1 CD 54min 40sec - FUG 504

© La Libre Belgique 1/02/2005