|
KLASSIEK
. HET COLLECTIEFEN OXALYS BECOMMENTARIEREN ‘PIERROT LUNAIRE’
Pierrot
Lunaire, het werk voor stem en ensemble waarmee Schönberg in 1912 zijn
berucht geworden Sprechgesang introduceerde,
geldt vandaag nog steeds als een fetisjstuk uit de beginperiode van de
atonaliteit.
Sommigen,
waaronder velen die bijvoorbeeld Schönbergs
vroege Verklärte Nacht wél kunnen smaken,
zullen zeggen: daar is het misgelopen tussen publiek en nieuwe muziek.
Anderen, die meer moeite hebben gedaan om de afgelopen muzikale eeuw te
verwerken, zullen denken: hoe is het mogelijk dat precies zo’n parel na bijna een eeuw nog mee symbool staat
voor muzikale onbegrijpelijkheid? In het bijzonder is die vraag aan de
orde na de lezing die Het Collectief, ensemble voor vooral ‘moderne’
muziek, er vrijdag in deSingel van gaf.
Het
Collectief werkte daarvoor samen met Oxalys,
het wat grotere en meer gevestigde kamerensemble, waarmee het behalve
twee musici een gemeenschappelijke (studie)achtergrond deelt. Met Pierrot
Lunaire werden ensemblestukken gecombineerd die er als het ware lineair
afhankelijk van zijn: Stravinsky’s Trois poésies de la lyrique japonaise,
geschreven in grote bewondering voor Schönbergs
ensembleschriftuur, Ravels Trois
poèmes de Mallarmé,
een reactie op het stuk van Stravinsky, en Delages Quatre poèmes hindous, waarvan de
hoekdelen veelzeggend genoeg aan Ravel en Stravinsky zijn opgedragen. Pianist Thomas Dieltjens
speelde als aanvulling de Sechs kleine Klavierstücke van Schönberg, tijdgenootjes van
Pierrot, en Korngolds Tanzlied
des Pierrot, een soft cabaretesk aardigheidje
waarvan je als luisteraar van dit programma maar best de titel kon
kennen.
Het is
moeilijk om van een hoogtepunt te spreken in een bijna onverdeeld sterk
concert, dat bovendien uit erg verschillende werken bestond, hoe
historisch verwant ook. Toch blijven er twee ons zeker het langst bij. Enerzijds Pierrot zelf, waarvan Jacqueline Janssen
en Het Collectief onder chef Robin Engelen een onwaarschijnlijk sterke
versie neerzetten: elke noot en elke lijn gedacht in functie van het
geheel en de partners, ritmisch zowel exact als ontspannen, maar vooral: gespeeld en gedacht vanuit
een meer esthetische dan cerebrale imperatief. Het modernisme
heeft te lang moeten wachten op mensen die het simpelweg mooi vinden en
kunnen doen vinden.
Die
aanpak verzacht enigszins het hardcore expressionistische aspect, het
licht uitzinnige dat zowel de figuur Pierrot als zijn tekst kenmerkt,
maar de vraag stelt zich of dat niet de bedoeling is met zo’n zinnelijke partituur.
Een
tweede aha-erlebnis was het korte werkje van Stravinsky,
dat zelfs twee keer werd gespeeld om, zoals fluitist Toon Fret zei, de
vluchtigheid van mooie dingen te bestrijden. In dat stuk maakte behalve Oxalys ook sopraan Laure Delcampe een mooie beurt. Stravinsky’s
zetting van drie Japanse haiku’s vormde de wonderlijke schakel tussen de
expliciet op kleur en akoestische hypnose mikkende Ravel
en Delage, en Schönbergs
feilloze, maar ongenadige lijnenspel.
In die
zin werd ook duidelijk dat er voor elk soort van klankbehandeling het
juiste ensemble moet bestaan. In dit geval: Het Collectief voor de
kleinste reactiesnelheid, Oxalys voor “l’extase langoureuse”.
WIE Jacqueline Janssen,
Laure Delcampe, Xenia Meijer, Het Collectief en Oxalys
WAT werken voor ensemble van Schönberg, Ravel, Stravinsky, Delage en Korngold WAAR EN WANNEER
vrijdag 18 februari in deSingel in Antwerpen.
Pierrot Lunaire door Janssen en Het Collectief, o.l.v. Engelen is onlangs verschenen op cd, Fuga Libera,
FUG504
Stravinsky’s ‘Trois
poésies’ werd zelfs twee keer gespeeld, om die
vluchtigheid te bestrijden
|